
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994
Artikel 52
1
Bij constatering van het feit dat met een autobus op de weg wordt gereden waarvoor de belasting geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de belasting worden nageheven.
2
De na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van twaalf maanden, waarbij als laatste dag geldt de laatste dag van de halve maand waarin het rijden op de weg wordt geconstateerd.
3
Indien blijkt dat de autobus over een gedeelte van de tijdsduur van twaalf maanden niet op naam heeft gestaan van degene die het motorrijtuig houdt, wordt over dat gedeelte de belasting niet nageheven.
4
De na te heffen belasting wordt verminderd met de belasting die over de periode waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft voor de autobus is betaald en voorzover voor de belasting over die periode geen aanspraak op teruggaaf van belasting bestaat.
5
Voor de vaststelling van de niet of te weinig betaalde belasting zijn bepalend de in het kentekenregister als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994 voorkomende gegevens, zulks met inachtneming van de verschillen die bij ambtelijk onderzoek zijn vastgesteld.
6
De naheffingsaanslag wordt opgelegd aan de bestuurder ingeval degene die de autobus houdt aannemelijk maakt, dat daarvan tegen zijn wil is gebruik gemaakt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
7
Voor de toepassing van dit artikel is artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.